Overzicht:

Werkt het design van de werkbonus om tewerkstelling te stimuleren en armoede te bestrijden in België?

Attachment: 
TitleWerkt het design van de werkbonus om tewerkstelling te stimuleren en armoede te bestrijden in België?
Publication TypeCSB Bericht
AuthorsVandelannoote, D., & Verbist G.
PublisherHerman Deleeck Centre for Social Policy
Place PublishedAntwerpen
Year of Publication2019
Pagination21
Date Published03/19
Abstract

Beleidsmakers en onderzoekers hebben verschillende pistes voorgesteld om werk financieel aantrekkelijker te maken, o.a. om mensen met een laag verdienpotentieel te ondersteunen bij het vinden van een job. Vooral de werkgerelateerde voordelen worden naar voren geschoven als een manier om het netto-inkomen te verhogen zonder de bruto-inkomens en de loonkosten voor de werkgever te doen stijgen. Andere pistes zijn een verhoging van het minimumloon of een verlaging van de loonkosten voor de werkgever door middel van loonsubsidies (Immervoll en Pearson, 2009). In dit artikel richten we ons op werkgerelateerde voordelen (WGV), en meer specifiek in welke mate het design ervan werkprikkels kan verhogen en armoede bestrijden. De OESO (2011) definieert WGV als “permanent work-contingent tax credits, tax allowances, or equivalent work-contingent benefit schemes designed with the dual purpose of alleviating in-work poverty and increasing work incentives for low-income workers” (OECD, 2011). Het Verenigd Koninkrijk (Family Income Supplement, 1971) en de VS (Earned Income Tax Credit (EITC), 1975) waren de eerste twee landen om dit soort beleid in te voeren. Verschillende Europese landen volgden in de afgelopen decennia hun voorbeeld (zie bv. Kenworthy, 2019; OECD, 2010). Zo heeft België het systeem van werkbonus, dat startte in 2000 als een bescheiden vermindering van sociale bijdragen voor werknemers met een laag loon en dat de afgelopen jaren werd uitgebreid.

Universiteit Antwerpen - University of Antwerp
Centrum voor Sociaal Beleid © 2005 - 2019